Advertentie Deze site wordt betaald met affiliatelinks. Koopt u iets via een link bij ons, dan betaalt de verkoper ons een vergoeding en u niets extra. Hoe dat werkt.
Baken.
Onafhankelijke gezondheidsredactie Nederland · Nederlands
Home / Artikelen / Onderzoek
Onderzoek · 13 minuten lezen

Zes onderzoeken, gelezen zoals ze bedoeld zijn

Op verkooppagina’s staat vaak “onderzoek toont aan” met een voetnoot eronder die niemand naleest. Wij hebben zes gepubliceerde onderzoeken over chronische prostaatklachten wel nageleerd, en zetten er per stuk bij hoe zwaar het weegt.

Door Ruben Haverkamp · bijgewerkt 11 augustus 2026 · bronnen onderaan

Er is een verschil tussen “er is onderzoek naar gedaan” en “het werkt”. Dat verschil is de reden dat deze pagina bestaat. Vrijwel elke bewering over chronische prostatitis, van een middel tot een apparaat tot een handeling, kan wel met een publicatie worden onderbouwd. De vraag is nooit of er een studie is. De vraag is wat voor studie het is, hoeveel mannen erin zaten, waarmee vergeleken is en of iemand het daarna nog eens heeft kunnen herhalen.

Hieronder staan zes onderzoeken die geregeld worden aangehaald als het over deze klacht gaat. Wij hebben ze op volgorde van bewijskracht gezet: bovenaan wat het zwaarst weegt, onderaan wat het minst zegt. Bij elk stuk staat in eigen woorden wat er onderzocht is, wat eruit kwam, en — het deel dat op verkooppagina’s ontbreekt — waar de studie zelf stopt.

Vooraf

Geen van deze zes onderzoeken gaat over zaagpalm of pompoenpit. Ze gaan over alfablokkers, over stuifmeelextract, over osteopathie, over ultrageluid en over cannabis. Wie ze aanhaalt onder een potje zaagpalm, haalt ze verkeerd aan. Wat er over zaagpalm en pompoenpit zelf bekend is, staat in ons stuk over supplementen en de prostaat.

Eerst de meetlat

Vier soorten onderzoek komen hieronder voorbij, en ze zijn niet even veel waard. Een enquête vraagt mensen wat zij zelf vinden; die zegt iets over ervaring en niets over werkzaamheid. Een open onderzoek geeft iedereen een behandeling terwijl arts en patiënt weten wie wat krijgt; dan telt de verwachting mee in de uitslag. Een gerandomiseerd onderzoek verdeelt de deelnemers door loting over twee groepen, wat de eerlijkste vergelijking oplevert — maar bij twintig deelnemers blijft het een klein signaal. Een meta-analyse legt de gerandomiseerde onderzoeken op een stapel en rekent ze samen; dat is het zwaarste wat er is, en tegelijk het meest ontnuchterende, omdat de optelsom bijna altijd bescheidener uitvalt dan de losse studies.

Nog iets over dat woord bewijskracht. In de overzichten hieronder komt herhaaldelijk de term low certainty of lage bewijszekerheid voorbij. Dat is geen scheldwoord en het betekent niet dat het niet werkt. Het betekent dat het gevonden effect nog kan verschuiven als er beter onderzoek bij komt. Bij deze aandoening staat die aantekening onder vrijwel alles, en dat is op zichzelf het eerlijkste dat over dit onderwerp te zeggen valt.

De zes, van zwaar naar licht

01 Meta-analyse Healthcare (Basel), 2025 56 onderzoeken

Welke medicijnen bij chronische bekkenpijn het meest doen, alles bij elkaar opgeteld

Alshahrani S, Fathi BA, Abouelgreed TA, El-Metwally A. Comparative efficacy of pharmacological interventions for chronic prostatitis/chronic pelvic pain syndrome: an updated systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Healthcare (Basel), 2025. PMCID PMC12652971.

Wat er onderzocht is. Zesenvijftig gerandomiseerde onderzoeken naar medicamenteuze behandelingen bij het chronisch bekkenpijnsyndroom, samengevoegd tot één vergelijking.

Wat eruit kwam. Alfablokkers lieten het meest consistente voordeel zien, met een gemiddeld verschil van 5,13 punten op de klachtenscore (95%-betrouwbaarheidsinterval 3,39 tot 6,87). Daarna volgden traditionele Chinese kruidengeneeskunde en pijnstillers. Antibiotica en stuifmeelextract gaven wisselende of niet-significante uitkomsten. De auteurs halen daarbij het Cochrane-overzicht van Franco en collega’s uit 2019 aan, dat tot een vergelijkbaar oordeel kwam: alfablokkers, antibiotica, ontstekingsremmers en Chinese kruiden verminderen de klachten, maar op bewijs van lage tot zeer lage kwaliteit.

Hoe zwaar het weegt. Dit is het zwaarste stuk op deze pagina: gerandomiseerd onderzoek, samengeteld, met de onzekerheid er netjes bij. Let wel op wat 5,13 punten betekent. De gebruikte vragenlijst loopt tot boven de dertig; vijf punten is voor de meeste mannen merkbaar, maar het is geen genezing en het is een gemiddelde. De helft van de deelnemers deed het minder goed dan dat.

02 Overzichtsartikel Cureus, 2021 63 onderzoeken

Waarom één behandeling voor deze klacht niet bestaat

Khattak AS, Raison N, Hawazie A, Khan A, Brunckhorst O, Ahmed K. Contemporary management of chronic prostatitis. Cureus, 2021. PMID 35004057.

Wat er onderzocht is. Een doorlichting van drieënzestig publicaties over behandelingen die verder gaan dan wat de richtlijn van de European Association of Urology noemt, met een zoekdatum tot 1 maart 2021.

Wat eruit kwam. De auteurs stellen vast dat chronische prostatitis geen enkele aandoening is maar een verzamelnaam voor uiteenlopende klachtenpatronen, en dat de behandeling daarop toegesneden hoort te zijn. Zij werken dat uit langs het zogeheten UPOINT-schema, dat de klacht opdeelt in zes domeinen: plassen, psychosociale belasting, het orgaan zelf, infectie, zenuwen en spierspanning. Hun conclusie is dat vervolgonderzoek zich moet richten op combinaties van behandelingen per profiel, niet op één middel voor iedereen.

Hoe zwaar het weegt. Dit is een overzicht, geen nieuw experiment; het voegt geen bewijs toe maar ordent wat er ligt. Praktisch is het toch het bruikbaarste stuk van de zes, omdat het verklaart waarom de ene man baat heeft bij iets waar de volgende niets van merkt. Het is ook de reden dat wij op deze site zo aandringen op uitzoeken welke domeinen bij u meespelen vóór er iets geslikt wordt.

03 Open onderzoek Medical Sciences, 2025 207 mannen

Stuifmeelextract naast een alfablokker, negentig dagen lang

Ivănuță M en collega’s. Clinical evaluation of a pollen-extract-based phytotherapy compared to conventional therapies in chronic prostatitis and chronic pelvic pain syndrome. Medical Sciences (Basel), 2025. PMCID PMC12452326.

Wat er onderzocht is. Tweehonderdzeven mannen in twee Roemeense academische urologiecentra, tussen januari 2023 en januari 2025, verdeeld over drie groepen: alleen een alfablokker (tamsulosine 0,4 mg), alleen een gestandaardiseerd stuifmeelextract, of allebei. Negentig dagen, met een pijnstiller als noodmedicatie erbij.

Wat eruit kwam. De twee groepen met stuifmeelextract verbeterden duidelijk meer op bekkenpijn en plasklachten dan de groep met alleen de alfablokker. Zij grepen ook minder vaak naar de noodmedicatie: ongeveer 162 tot 165 milligram diclofenac per maand minder, tegen 89 milligram in de alfablokkergroep. Opvallend genoeg deed de combinatie het niet duidelijk beter dan het extract alleen; de alfablokker voegde er in deze opzet weinig aan toe.

Hoe zwaar het weegt. Hier moet u opletten. Dit onderzoek was niet gerandomiseerd en niet geblindeerd: er is niet geloot wie wat kreeg, en iedereen wist het. Bij een klacht waarbij pijn en aandrang zelf gerapporteerd worden, weegt die verwachting flink mee. En let op de spanning met nummer 01 hierboven: de meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken vond stuifmeelextract juist wisselend en niet significant. Twee publicaties uit hetzelfde jaar, tegenovergestelde strekking — en de zwaarste opzet is niet degene die het gunstigste antwoord geeft. Zo werkt het vaker.

04 Gerandomiseerd, klein Der Urologe A, 2009 35 mannen

Vijf osteopathische behandelingen tegen een oefenprogramma

Marx S, Cimniak U, Beckert R, Schwerla F, Resch KL. Chronische Prostatitis/chronisches Beckenschmerzsyndrom. Einfluss einer osteopathischen Behandlung — eine randomisierte kontrollierte Studie. Der Urologe A, 2009. PMID 19705093.

Wat er onderzocht is. Vijfendertig mannen tussen 29 en 70 jaar met een gestelde diagnose, door loting verdeeld: twintig kregen vijf osteopathische behandelingen verspreid over acht weken, vijftien kregen een programma met eenvoudige gymnastische en fysiotherapeutische oefeningen. Gemeten met de gangbare vragenlijsten, met een nameting na zes weken en nog eens na anderhalf jaar.

Wat eruit kwam. In de osteopathiegroep verbeterde de plasklachtenscore met 48 procent, de prostatitisklachtenscore met 54 procent en de kwaliteit van leven met 58 procent, alle drie statistisch overtuigend. In de vergelijkingsgroep bleven de waarden ongeveer gelijk. De verbetering hield bij de nameting na anderhalf jaar stand.

Hoe zwaar het weegt. De opzet is goed: er is geloot, er is een vergelijkingsgroep, er is lang nagemeten. Maar vijfendertig deelnemers is heel weinig, het is één centrum, en het onderzoek is sindsdien niet op grotere schaal herhaald. Bij zulke aantallen kan toeval een uitslag van deze omvang nog altijd maken. Neem het als een aanwijzing dat handmatige behandeling van het bekken de moeite van het onderzoeken waard is — niet als bewijs dat het bij u zal werken. In Nederland is de gangbare eerste stap hierbij overigens geen osteopathie maar bekkenbodemfysiotherapie, die vaker vergoed wordt.

05 Mechanismenoverzicht Int. J. of Molecular Sciences, 2016 literatuur 1954–2015

Ultrageluid van lage intensiteit: wat het in het weefsel doet

Lin G, Reed-Maldonado AB, Lin M, Xin Z, Lue TF. Effects and mechanisms of low-intensity pulsed ultrasound for chronic prostatitis and chronic pelvic pain syndrome. International Journal of Molecular Sciences, 2016. PMID 27376284.

Wat er onderzocht is. Zestig jaar literatuur over ultrageluid van lage intensiteit, gebundeld tot een verklaring van hoe die techniek in weefsel zou kunnen werken, en toegepast op het chronisch bekkenpijnsyndroom.

Wat eruit kwam. De auteurs beschrijven dat deze vorm van ultrageluid weefselherstel bevordert en ontsteking en pijn remt, en dat zowel de toepassing via de endeldarm als die via het perineum in de literatuur als werkzaam wordt beschreven. Zij zetten er zelf een streep onder: voor deze aandoening is geen enkele behandeling gevonden die haar geneest.

Hoe zwaar het weegt. Dit is een verklaring van een mechanisme, grotendeels gebouwd op laboratorium- en dierproeven, en niet op een vergelijking tussen behandelde en onbehandelde mannen. Dat een techniek in weefsel iets aantoonbaars doet, is niet hetzelfde als dat een patiënt zich er beter door voelt; die stap ontbreekt hier. Praktisch gesproken is dit bovendien geen behandeling die u in Nederland bij de huisarts of de uroloog aangeboden krijgt. Wij zetten het erbij omdat het geregeld wordt aangehaald door aanbieders van apparaten, meestal zonder die laatste zin van de auteurs erbij.

06 Enquête Can. Urological Assoc. Journal, 2014 342 mannen

Wat mannen zelf zeggen over cannabis bij deze klacht

Tripp DA, Nickel JC, Katz L, Krsmanovic A, Ware MA, Santor D. A survey of cannabis (marijuana) use and self-reported benefit in men with chronic prostatitis/chronic pelvic pain syndrome. Canadian Urological Association Journal, 2014. PMID 25553163.

Wat er onderzocht is. Driehonderdtweeënveertig Canadese mannen met de diagnose vulden een vragenlijst in: achtennegentig in een polikliniek, tweehonderdvierenveertig online. Gevraagd werd naar gebruik, naar ervaren verlichting en naar bijwerkingen.

Wat eruit kwam. Ongeveer de helft had ooit cannabis gebruikt. Van die gebruikers meldde 36,8 procent in de polikliniek en 75 procent online enige verbetering; 57 respectievelijk 63 procent noemde het tamelijk tot zeer werkzaam. De genoemde winst zat vooral in stemming, pijn, spierkrampen en slaap. Op de plasklachten zelf, en op moeheid, zwakte, doof gevoel en lopen, werd nauwelijks effect gemeld. De bijwerkingen bleven bij de meesten licht of afwezig.

Hoe zwaar het weegt. Het minst van de zes, en dat is geen diskwalificatie maar een beschrijving van wat een enquête is. Er is niets vergeleken, er is niets geloot, er is geen dosis vastgelegd, en wie online een vragenlijst over cannabis invult is zelden een willekeurige man — wat het opvallende verschil tussen 36,8 en 75 procent netjes verklaart. De auteurs zelf noemen het eerste schattingen en schrijven erbij dat het onderwerp bij deze groep onderbelicht blijft. Het zegt dus iets over hoe mannen hun klacht beleven en over waar zij verlichting zoeken, en niets over of het werkt.

Wat er in deze zes níet staat

Ze zijn het over één ding eens, en dat is het onaangename deel: er is geen behandeling die deze klacht wegneemt. Het zwaarste onderzoek van de zes vindt bij de best onderzochte medicijnen een effect van enkele punten op een vragenlijst, met de aantekening dat de bewijszekerheid laag is. De review uit 2016 zegt het in zoveel woorden. Wie u iets anders belooft, belooft meer dan de literatuur draagt.

En dan de tegenspraak, want die is leerzaam. Stuifmeelextract komt er in het open onderzoek uit 2025 goed vanaf en in de meta-analyse van gerandomiseerde onderzoeken uit datzelfde jaar niet. Dat is geen fout van een van beide; het is precies wat er gebeurt als je hetzelfde middel op twee manieren onderzoekt. Zodra loting en blindering wegvallen, valt de uitslag gunstiger uit. Ziet u ergens één studie aangehaald zonder dat erbij staat welke opzet het was, dan is dat de vraag die u zelf moet stellen.

Ten slotte: geen van deze zes gaat over zaagpalm of pompoenpit, de twee ingrediënten waarover ons de meeste post bereikt. Wij zeggen dat hier expliciet, omdat op verkooppagina’s vaak onderzoek naar het één wordt gebruikt om iets anders te verkopen. Wat er over die twee planten wél en niet is aangetoond, en waarom er in de Europese wetgeving geen enkele gezondheidsclaim voor is goedgekeurd, staat in supplementen en de prostaat.

Wat u hiermee kunt in de spreekkamer

Deze pagina is geen leeslijst voor uw huisarts; die kent de richtlijn. Ze is bedoeld om u één zin te geven die het gesprek opent. Bijvoorbeeld: “Ik heb gelezen dat dit uit meerdere klachtdomeinen kan bestaan — kunnen we uitzoeken welke bij mij meespelen?” Dat is de kern van nummer 02 en het is een vraag waar een arts iets mee kan.

En als u een middel of een apparaat tegenkomt met “klinisch onderzocht” erop, stel er dan drie dingen bij: hoeveel mensen, waarmee vergeleken, en wie wist wat. Bij de meeste aanbiedingen loopt u op de eerste vraag al vast. Dat is dan meteen het antwoord.

De zes publicaties, volledig

  1. Alshahrani S, Fathi BA, Abouelgreed TA, El-Metwally A. Comparative efficacy of pharmacological interventions for chronic prostatitis/chronic pelvic pain syndrome: an updated systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Healthcare (Basel), 2025. PMCID PMC12652971.
  2. Khattak AS, Raison N, Hawazie A, Khan A, Brunckhorst O, Ahmed K. Contemporary management of chronic prostatitis. Cureus, 2021. PMID 35004057.
  3. Ivănuță M en collega’s. Clinical evaluation of a pollen-extract-based phytotherapy compared to conventional therapies in chronic prostatitis and chronic pelvic pain syndrome. Medical Sciences (Basel), 2025. PMCID PMC12452326.
  4. Marx S, Cimniak U, Beckert R, Schwerla F, Resch KL. Chronische Prostatitis/chronisches Beckenschmerzsyndrom. Einfluss einer osteopathischen Behandlung — eine randomisierte kontrollierte Studie. Der Urologe A, 2009;48(11):1339–1345. PMID 19705093.
  5. Lin G, Reed-Maldonado AB, Lin M, Xin Z, Lue TF. Effects and mechanisms of low-intensity pulsed ultrasound for chronic prostatitis and chronic pelvic pain syndrome. International Journal of Molecular Sciences, 2016;17(7):1057. PMID 27376284.
  6. Tripp DA, Nickel JC, Katz L, Krsmanovic A, Ware MA, Santor D. A survey of cannabis (marijuana) use and self-reported benefit in men with chronic prostatitis/chronic pelvic pain syndrome. Canadian Urological Association Journal, 2014;8(11–12):E901–E905. PMID 25553163.
  7. Franco JVA en collega’s, Cochrane Database of Systematic Reviews, 2019, aangehaald in publicatie 1 hierboven, over medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandelingen bij chronische prostatitis.
  8. European Association of Urology, richtlijn Chronic Pelvic Pain, voor de indeling en het behandelbeleid waaraan het bovenstaande is gespiegeld.
Verder lezen