Twee of drie keer per nacht wakker worden om te plassen
Bijna iedereen wijst meteen naar de prostaat. In werkelijkheid zijn er drie verschillende oorzaken, en zij vragen alle drie iets anders.
Nachtelijk plassen is de klacht waarmee mannen het langst doorlopen en waarover zij het laatst iets zeggen. Eén keer per nacht opstaan ervaren de meeste mensen niet als een probleem, en dat is redelijk. Bij twee of drie keer verandert er iets: de slaap breekt in stukken, de diepe slaap aan het begin van de nacht sneuvelt het eerst, en overdag merkt u de gevolgen eerder aan uw humeur dan aan uw blaas. In grotere bevolkingsonderzoeken staat nocturie bovendien in verband met vallen bij ouderen.
De vakterm is nocturie: één of meer keer opstaan om te plassen tijdens de periode die begint met in slaap vallen en eindigt met wakker worden om op te staan. Die formulering van de International Continence Society is preciezer dan zij lijkt, want de laatste plas voor het slapen en de eerste na het opstaan tellen niet mee.
En dan het punt waar dit stuk om draait. Er zijn drie fundamenteel verschillende redenen waarom iemand ’s nachts uit bed gaat. In de spreekkamer worden ze uit elkaar gehaald, op internet vrijwel altijd op één hoop gegooid, waardoor lezers adviezen krijgen die op hun oorzaak niet slaan.
Oorzaak één: de blaas kan weinig bergen
Dit is de verklaring waar de meeste mannen aan denken, en zij klopt in een deel van de gevallen. Een blaas die niet volledig leegloopt houdt een restje urine achter; die restinhoud gaat van de bruikbare inhoud af, zodat de blaas eerder vol is en zich eerder meldt. Bij een prostaat die om de plasbuis heen dikker is geworden, gebeurt precies dat, en dat verband is uitgelegd in ons stuk over wat de prostaat eigenlijk doet.
Er is een tweede route naar hetzelfde resultaat. Een blaasspier die zelfstandig samentrekt terwijl er nog ruimte over is — een overactieve blaas — geeft ook aandrang bij kleine hoeveelheden, zonder dat er iets in de weg zit. Dat gebeurt overdag net zo goed, en dat is meteen het herkenpunt: bij dit type gaat u ook overdag vaak, in kleine porties, met aandrang die zich slecht laat uitstellen. De nachtelijke porties zijn klein.
Ook een chronische ontsteking of een steen in de blaas geeft dit beeld. Wat de hele groep gemeen heeft: de porties zijn klein en de klacht blijft niet tot de nacht beperkt.
Oorzaak twee: er wordt ’s nachts te veel urine gemaakt
Dit is de oorzaak die het vaakst gemist wordt, en bij mannen boven de zestig is zij vermoedelijk de meest voorkomende van de drie. Het lichaam maakt bij een gezonde jonge volwassene ’s nachts minder urine dan overdag; het hormoon dat de nieren remt, komt in de avond en nacht extra vrij. Met het ouder worden vervlakt dat dagritme. Het gevolg is nachtelijke polyurie: de nieren blijven ’s nachts doorwerken op dagtempo, en de blaas is dan niet het probleem maar het slachtoffer.
De maat die hierbij hoort is eenvoudig: het aandeel van de etmaalproductie dat in de nachtelijke uren valt. Bij jonge mensen ligt dat rond de vijftien procent, boven de vijfenzestig geldt ruwweg een derde als de bovengrens van het gewone. Wie daarboven uitkomt, plast ’s nachts flinke porties, en dat is het gegeven dat u met een dagboek zichtbaar maakt.
Wie ’s nachts drie keer een halve liter plast, heeft geen blaasprobleem. Die maakt ’s nachts urine die overdag had moeten wegvloeien.
Er speelt een tweede mechanisme mee dat zelden wordt uitgelegd, terwijl het praktisch het bruikbaarst is. Wie overdag veel staat of zit, houdt vocht vast in de onderbenen, buiten de bloedbaan. Gaat u liggen, dan keert dat vocht terug naar de circulatie; het hart registreert een groter volume en de nieren krijgen het signaal om af te voeren. Wat u ’s nachts uitplast, stond overdag in uw enkels. Dit speelt sterker bij dikke enkels aan het eind van de dag, bij hartfalen, bij nierziekte en bij aderproblemen in de benen.
Ook diabetes hoort in deze categorie thuis: een te hoge bloedsuiker trekt water mee in de urine, dag en nacht. Nieuwe klachten van veel plassen met dorst zijn een reden om de bloedsuiker te laten nakijken.
Oorzaak drie: u was al wakker
Deze derde groep wordt door zowel patiënten als artikelen consequent onderschat. Niet iedere gang naar het toilet is een gang die door de blaas werd afgedwongen. Wie om drie uur wakker ligt, gaat plassen omdat hij toch wakker is; de blaas is dan de aanleiding en niet de oorzaak. Slapeloosheid, pijn, zorgen, alcohol in de tweede helft van de nacht en rusteloze benen zetten mensen aan het plassen zonder dat er urologisch iets aan de hand is.
Binnen deze groep verdient één aandoening een aparte alinea, omdat zij vaak gemist wordt: obstructief slaapapneu. Daarbij zakt de keel tijdens de slaap herhaaldelijk dicht en stokt de ademhaling. Het lichaam ademt dan tegen een gesloten keel in, en de onderdruk in de borstkas rekt de wand van het hart op. Het hart leest dat als overvulling en geeft een stof af die de nieren aanzet tot uitscheiden. Onbehandeld slaapapneu geeft daardoor werkelijk meer urine in de nacht, boven op de wekpartijen zelf.
De praktische betekenis is groot: er zijn mannen die jaren met plasmedicatie rondlopen terwijl het nachtelijk opstaan verdwijnt zodra het slaapapneu behandeld wordt. Let op luid en onregelmatig snurken, door een partner waargenomen ademstops, wakker worden met een droge mond of hoofdpijn, en slaperigheid overdag ondanks voldoende uren in bed. Herkent u dat rijtje, meld het dan naast de plasklacht.
Het plasdagboek: twee of drie dagen die alles bepalen
Er is geen enkele handeling die zoveel oplevert als het bijhouden van een plasdagboek voordat u naar de huisarts gaat. Het kost een maatbeker, een pen en twee of drie dagen aandacht, en het beslist welke van de drie oorzaken hierboven op u van toepassing is.
Zo werkt het. Noteer gedurende twee of drie etmalen bij elke plasbeurt het tijdstip en de hoeveelheid in milliliters. De eerste ochtendplas hoort bij de nacht die net voorbij is en telt dus mee bij de nachtproductie. Noteer daarnaast wat en wanneer u drinkt, en de tijden van naar bed gaan en opstaan.
Uit die kolommen leest een arts vier dingen af. Hoeveel u in vierentwintig uur produceert — ruim boven de drie liter wijst op veel drinken of op een aandoening die dorst opwekt. Welk deel daarvan in de nachtelijke uren valt; is dat aandeel hoog, dan wijst het naar nachtelijke polyurie. Hoe groot uw grootste plasbeurt is, wat laat zien wat de blaas werkelijk kan bergen. En hoe vaak u opstaat in verhouding tot wat er per keer komt: veel opstaan met kleine porties leidt naar de blaas, weinig opstaan met grote porties naar de nieren.
HOE U HET DAGBOEK OPZET
Neem een maatbeker uit de keuken en zet die bij het toilet. Schrijf per plasbeurt drie dingen op: tijd, milliliters, en of u ervoor wakker werd of al wakker was. Kies twee gewone dagen en één dag waarop u anders leeft dan normaal. Vergeet de eerste ochtendplas niet; die is voor de berekening van de nachtproductie onmisbaar. Neem het papier mee naar het spreekuur in plaats van de uitkomst na te vertellen — de arts leest er meer uit dan u erin ziet.
Wat u zelf kunt proberen, en wat het waard is
De maatregelen hieronder zijn redelijk, veilig en bescheiden in hun effect. Zij nemen twee of drie keer per nacht zelden helemaal weg. Wie ze een eerlijke kans geeft, ziet gemiddeld één beurt minder, en voor een aantal mensen is dat precies het verschil tussen wel en niet uitgerust wakker worden.
Verplaats het drinken naar voren. Niet minder drinken over de hele dag, wel het zwaartepunt vervroegen: het grootste deel voor het avondeten, in de laatste twee uur voor bed zo min mogelijk. Minder drinken in het algemeen is een slecht idee, zeker bij ouderen.
Beperk alcohol en cafeïne in de avond. Alcohol remt het hormoon dat de nachtelijke urineproductie afknijpt, en verstoort daarnaast de tweede helft van de nacht. Cafeïne werkt bij een deel van de mensen als een milde plaspil en zit ook in thee en cola. Wat hierover redelijk vaststaat en wat overdreven wordt, staat in ons stuk over koffie, alcohol en de blaas.
Leg de benen omhoog in de late middag. Wie dikke enkels heeft aan het eind van de dag, kan een half uur tot een uur voor het avondeten met de benen hoog gaan liggen, eventueel met steunkousen overdag. Zo vloeit het vocht al voor bedtijd af en wordt het niet om twee uur ’s nachts alsnog aangeboden. Deze maatregel is het minst bekend en doet bij de juiste persoon het meeste.
Kijk naar het tijdstip van uw plaspil. Het innametijdstip bepaalt wanneer de piek valt; een pil laat in de dag verschuift die piek de avond in. Leg dit voor aan de huisarts of apotheker. Verander een voorgeschreven middel nooit op eigen initiatief, ook het tijdstip niet, want soms is de avonddosering bewust gekozen.
Verzorg de slaap zelf. Een koele, donkere kamer, vaste tijden en geen scherm in bed klinken als open deuren, maar bij de derde oorzaak zijn zij het aangrijpingspunt.
NIET AFWACHTEN
Nachtelijk plassen dat in enkele dagen ontstond en samengaat met dorst en gewichtsverlies. Opstaan ’s nachts met kortademigheid of dikke, ingedeukte enkels. Koorts met pijn in het bekken of de rug. Zichtbaar bloed in de urine. Helemaal niet meer kunnen plassen bij een volle blaas. Bel in die gevallen de huisarts, of buiten kantooruren de huisartsenpost.
Wat u hieraan heeft
Het opstaan ’s nachts is één uitkomst waar drie wegen naartoe leiden: een blaas die weinig kan bergen, nieren die ’s nachts doorwerken, of een slaap die uit zichzelf al breekt. Adviezen die op de ene weg passen, doen op de andere niets, en dat verklaart waarom zoveel mannen het gevoel hebben dat er niets helpt.
Begin daarom met meten. Twee of drie dagen dagboek, de vragen over snurken en slaperigheid eerlijk beantwoord, en uw medicijnen op tafel. Daarmee komt u verder dan met welke zelfdiagnose ook, en verkleint u de kans dat er behandeld wordt wat u niet heeft. Hoe u de rest van uw plasklachten in diezelfde taal beschrijft, staat in ons stuk over het lezen van klachten.
Waar dit op gebaseerd is
- International Continence Society, standaardisatiedocumenten over de terminologie van de lagere urinewegen, waaronder de definitie van nocturie en van nachtelijke polyurie.
- NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen, Nederlands Huisartsen Genootschap, over het plasdagboek en het beleid bij nachtelijk plassen in de eerste lijn.
- Thuisarts.nl, publieksinformatie over ’s nachts plassen, over plasproblemen bij mannen en over slaapapneu, opgesteld met het Nederlands Huisartsen Genootschap.
- European Association of Urology, richtlijn Management of Non-Neurogenic Male Lower Urinary Tract Symptoms, met een apart hoofdstuk over nocturie.
- National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases (NIDDK), patiënteninformatie over blaasklachten en over veel plassen bij diabetes.
- Farmacotherapeutisch Kompas, hoofdstukken over diuretica en over middelen bij benigne prostaathyperplasie, onder meer over het innametijdstip.