Advertentie Deze site wordt betaald met affiliatelinks. Koopt u iets via een link bij ons, dan betaalt de verkoper ons een vergoeding en u niets extra. Hoe dat werkt.
Baken.
Onafhankelijke gezondheidsredactie Nederland · Nederlands
Home / Artikelen / Dagelijks leven
Dagelijks leven · 9 minuten lezen

Koffie, bier, pittig eten: wat een blaas werkelijk irriteert

Sommige adviezen over eten en drinken rusten op degelijk onderzoek, andere op wat patiënten elkaar vertellen. Het verschil kennen scheelt u een hoop nodeloos schrappen.

Door Ilse Blom · bijgewerkt 30 juli 2026 · bronnen onderaan

Zodra een man bij de huisarts meldt dat hij vaker moet plassen, valt binnen enkele minuten het woord koffie. Vaak volgt daar alcohol op, en soms een algemener advies om op te passen met pittig eten en met prik. Dat advies is niet uit de lucht gegrepen, maar het wordt in de spreekkamer zelden uitgesplitst naar wat stevig is onderbouwd en wat vooral berust op ervaringen die patiënten hebben opgeschreven. Dat verschil bepaalt hoeveel moeite u er redelijkerwijs in wilt steken.

Wat volgt is een poging tot een eerlijke ordening: wat doet aantoonbaar iets, wat wordt vaak genoemd zonder harde onderbouwing, en hoe komt u erachter wat bij ú meespeelt. Dat laatste is de kern, want blazen verschillen sterk en een algemene lijst helpt u weinig.

Cafeïne doet twee dingen tegelijk

Koffie werkt op twee manieren op de blaas, en juist de combinatie maakt het merkbaar. Cafeïne is ten eerste vochtafdrijvend: de nieren maken er meer urine van dan bij dezelfde hoeveelheid water. Ten tweede prikkelt cafeïne de blaaswand en de spier daaromheen, waardoor die eerder gaat samentrekken. Er komt dus meer urine, en de blaas meldt zich bovendien bij een kleinere vulling.

Voor iemand zonder klachten valt dat weg in de dagelijkse gang van zaken. Voor een man wiens blaas al eerder aandrang geeft, tellen beide effecten op bij een systeem dat al krap zit. In onderzoek naar plasklachten hoort minderen met cafeïne tot de weinige leefstijladviezen die met enige regelmaat een meetbaar, zij het bescheiden, effect laten zien.

Bescheiden is hier het sleutelwoord. Wie van vier bakjes naar twee gaat, merkt bij een gunstige afloop dat de aandrang minder plotseling komt en dat de middag rustiger verloopt. Klachten die van een vergrote prostaat komen, verdwijnen er niet door. Wat de koffie precies wel en niet verklaart, wordt duidelijker als u eerst uitzoekt welk klachtenpatroon u eigenlijk heeft; daarover gaat het stuk over het lezen van klachten.

Praktisch: minder in stappen, want abrupt stoppen geeft bij veel mensen dagen hoofdpijn. Denk ook aan de bronnen die u niet meetelt. Zwarte en groene thee bevatten cafeïne, cola eveneens, en energiedrank ruim. Cafeïnevrije koffie bevat niet niets, maar wel zo weinig dat het voor de blaas nauwelijks meetelt.

Twee bakjes minder is geen behandeling. Het is een schuifje waaraan u zelf kunt draaien, en dat is meer dan u van de meeste adviezen kunt zeggen.

Alcohol, en de avond waarop het misgaat

Alcohol verdient een eigen alinea, omdat het effect groter is dan mannen prettig vinden. Ook alcohol werkt langs twee lijnen. Het onderdrukt de afgifte van het hormoon dat de nieren ’s nachts afremt, waardoor uw lichaam juist gaat uitscheiden op het moment dat het normaal gesproken indikt. En het prikkelt, net als cafeïne, de blaaswand.

Daar komt bier bij als aparte factor. Twee of drie glazen bier zijn ruwweg driekwart liter vocht bovenop de rest van de dag, en dat vocht komt er binnen enkele uren weer uit. Wie om acht uur begint en om elf uur naar bed gaat, verplaatst een aanzienlijke productie naar de nacht.

Van alle voedingsfactoren die mannen zelf noemen, is de avondborrel de meest consequent gemelde aanleiding om ’s nachts wakker te worden. Dat is geen prettig bericht, en het is er niet minder waar om. Wie niet wil minderen, kan met de tijdstippen schuiven: het laatste glas twee tot drie uur voor het slapengaan, en daarna niets meer dan een slok water. Voor een aantal mannen scheelt dat één keer opstaan per nacht, wat over een week gerekend serieus meetelt. De rest van het verhaal over nachtelijke productie, en waarom die met de jaren verschuift, staat in het stuk over ’s nachts wakker worden om te plassen.

De lijst die vooral op ervaring rust

Dan de rest van de bekende verdachten: koolzuurhoudende dranken, citrusvruchten en citrussap, tomaat en tomatensaus, sterke kruiden en pittige gerechten, en volgens sommige lijsten ook chocola en zoetstoffen.

Deze staan op vrijwel elke patiëntenlijst en worden in richtlijnen genoemd, maar de onderbouwing is van een andere orde dan bij cafeïne en alcohol. Ze komen in hoofdzaak uit vragenlijsten waarin mensen met blaasklachten opschreven waar zij zelf last van kregen. Dat is bruikbare informatie, want wie het jarenlang meemaakt weet doorgaans goed wat hem opbreekt. Het is alleen geen bewijs dat het bij ú zo werkt, en het maakt niet duidelijk hoe groot het effect is.

Dat leidt tot een merkwaardige praktijk. Iemand leest zo’n lijst, schrapt in één weekend koffie, wijn, sinaasappelsap, tomaat, prik en alles wat scherp smaakt, en houdt een dieet over waar niets aan is. Twee weken later voelt hij zich iets beter en weet hij niet waaraan dat ligt, of hij voelt zich niet beter en weet hij evenmin iets. Bij de eerste tegenvaller keert alles tegelijk terug.

DE ELIMINATIEPROEF, IN VIER STAPPEN

Eén. Houd eerst twee of drie dagen een plasdagboek bij zoals u nu leeft: tijdstip en globale hoeveelheid van wat u drinkt, tijdstip van elke plas, en aandrang van 1 tot 3. Dat is uw uitgangspunt. Twee. Kies één verdachte, degene die u het vaakst gebruikt. Drie. Laat die twee weken volledig weg en houd de laatste drie dagen opnieuw het dagboek bij. Vier. Neem hem daarna weer in uw gewone hoeveelheid, drie of vier dagen lang, en let op wat er gebeurt. Terugkerende klachten zijn een sterker signaal dan het uitblijven ervan. Daarna pas de volgende verdachte.

Deze methode is traag. Vier verdachten kosten u een maand of drie. Daar staat tegenover dat u aan het eind iets weet in plaats van iets vermoedt, en dat u niets schrapt wat u niet hoeft te schrappen. Dat laatste telt zwaarder dan het klinkt, want een advies dat uw leven vergalt houdt u niet vol, en een advies dat u niet volhoudt levert niets op.

Minder drinken is niet de oplossing

Het hardnekkigste misverstand in dit hele hoofdstuk is dat wie vaak moet plassen maar minder moet drinken. De redenering is begrijpelijk en de uitkomst valt vaak tegen.

Urine bestaat uit water met afvalstoffen erin. Drinkt u weinig, dan wordt diezelfde hoeveelheid afvalstoffen in minder water opgelost en wordt de urine geconcentreerder. Geconcentreerde urine prikkelt de blaaswand meer, niet minder. Veel mannen die flink minderen, merken daardoor dat ze even vaak moeten en dat het bovendien branderiger aanvoelt. Bij langdurig te weinig drinken komen daar verstopping en een grotere kans op steenvorming bij, en verstopping is op zijn beurt slecht nieuws voor het plassen.

De bruikbare regel is een normale inname met een andere verdeling. Voor de meeste volwassenen komt normaal neer op ongeveer anderhalve tot twee liter per dag uit alle dranken samen, meer bij warmte of zwaar werk. Verschuif dat naar de ochtend en de middag en houd de laatste twee tot drie uur voor het slapengaan licht. Wie in ploegendienst werkt, past dezelfde regel toe op zijn eigen klok: het gaat om de uren voor uw slaap, niet om de stand van de wijzers.

Een eenvoudige controle op de dag: urine die vrijwel kleurloos is, wijst op ruim drinken; donkergele urine wijst op te weinig. Streef naar iets daartussenin. Vitaminepreparaten en sommige medicijnen kleuren de urine, dus laat u daardoor niet in de war brengen.

WANNEER HET GEEN KWESTIE VAN KOFFIE IS

Branderigheid bij het plassen met koorts, bloed in de urine, plotseling veel meer drinken en plassen dan u gewend was, of klachten die in enkele weken snel toenemen: dat zijn redenen om de huisarts te bellen en niet om uw dieet aan te passen. Veel plassen met veel dorst kan wijzen op een te hoge bloedsuiker, en dat is met één prik uit te zoeken.

Wat u hier verstandig mee doet

Van alles wat op de bekende lijstjes staat, hebben cafeïne en alcohol de beste papieren, en van die twee is alcohol in de avond het meest de moeite waard om als eerste aan te pakken wanneer u ’s nachts opstaat. De overige verdachten mogen op uw lijst blijven staan, maar behandel ze als vermoedens en niet als feiten, en test ze één voor één.

Houd de verwachting op de juiste hoogte. Wat u hiermee kunt bereiken is dat de klachten wat minder scherp worden en dat u weer iets te sturen heeft; het is geen behandeling van een vergrote prostaat, van een ontsteking of van aanhoudende bekkenpijn. Merkt u na een paar maanden zorgvuldig uitproberen geen enkel verschil, dan is dat waardevolle informatie: uw klachten komen ergens anders vandaan, en dan is de volgende stap een gesprek met de huisarts en zo nodig de uroloog, met uw dagboek in de hand.

Waar dit op gebaseerd is

  1. Thuisarts.nl, publieksinformatie over vaak moeten plassen en over plasproblemen bij mannen, opgesteld met het Nederlands Huisartsen Genootschap.
  2. NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen, Nederlands Huisartsen Genootschap, onderdeel over voorlichting en leefstijladvies.
  3. European Association of Urology, richtlijn Management of Non-Neurogenic Male Lower Urinary Tract Symptoms, hoofdstuk over conservatieve maatregelen.
  4. Cochrane Database of Systematic Reviews, overzichten van vocht- en cafeïnebeperking bij aandrang- en plasklachten.
  5. Voedingscentrum, informatie over dagelijkse vochtinname en over cafeïne in dranken.
  6. International Continence Society, terminologie en aanbevelingen voor het bijhouden van een plasdagboek.
Verder lezen